3/14/2016

KOPGERUIMD #1: LONG LOST DREAM


Ik heb altijd al een soort fascinatie gehad voor bureauaccessoires. Ik heb geen idee waar dat vandaan kwam, maar toen ik ooit voor een verjaardag mijn eerste bureau kreeg was ik intens gelukkig. Als ik erachter ging zitten voelde ik mij super volwassen en kon ik mij inbeelden dat ik op een fancy kantoor werkte. Er zat een grote la in (die uiteindelijk helemaal volgepropt zat met meuk) en ik had het blad mooi ingericht met een pennenbakje, een plakbandhouder en misschien een cool fotolijstje.

Mijn meest specifieke obsessie waren denk ik mijn notitieboekjes. Het liefst wilde ik elke dag naar de Bruna om even in alle boekjes te kijken. Als ik een verlanglijstje moest maken voor bijvoorbeeld Sinterklaas, Kerst of mijn verjaardag stond er vaker een notitieboekje of een mooie pennenset op dan alle andere nieuwe gadgets van de Intertoys. Aan het einde van mijn opruimsessie kwamen al deze boekjes boven water drijven. Het was een bizarre verzameling en daardoor ook een moeilijke beslissing of ik alles ging bewaren of niet.

In die boekjes stond van alles en nog wat. Halve verhalen over Amerikaanse high school studenten die allemaal verliefd op elkaar waren, gedichtjes, vage tekeningetjes en cijferlijsten van klasgenoten als ik een keer ‘schooltje’ ging spelen. Het was hilarisch om terug te lezen. Kinderen hebben een levendige fantasie, ik schreef het op. Sommige boekjes gebruikte ik ook als een soort dagboek, naast de gewone dagboeken die ik had. Ik vertelde over die vervelende dag dat ik weer eens ruzie had gehad met mijn zus, of dat ik jaloers was op een vriendinnetje. Ook beschreef ik mijn dromen. Wat ik allemaal wilde worden. En dat waren er nogal wat. Sommige kwamen meerdere malen terug. Op een bepaald punt schreef ik:

      Wat ik later wil worden:
1.       Juf in groep 3
2.       Striptekenaar
3.       Zangeres (ik wil niet arrogant klinken, maar ik vind dat ik best goed kan zingen.)

Vooral dat stukje tussen haakjes. Het feit dat ik mij in mijn eigen boekjes, die niemand waarschijnlijk ooit zou gaan lezen, ging verantwoorden vond ik enorm schattig.
Een ander beroep wat ook vaak terugkwam was kinderboekenschrijfster. Carry Slee was mijn held, en ik wilde net zulke boeken kunnen schrijven als zij.

Deze, soms vage, boekjes hebben mij er wel aan helpen herinneren wat een van mijn eerste dromen was. Een boek schrijven. Ik heb uiteindelijk besloten om het allemaal niet te bewaren. Het was leuk om te lezen, maar als ik alles moest bewaren wat ik nog had was het nog steeds een zooi geweest in mijn kamer. Het enige wat ik daarvan heb bewaard is één boekje en twee gedichtjes.



Dit boekje was mijn favoriet. Winnie de Pooh was mijn dingetje. Ook is het een heel zacht boekje,
en daarmee een van mijn meer bijzondere boekjes. In dit boekje staat ook verder niet heel veel bijzonders, maar als ik er een ging bewaren was het deze.



Ook kwam ik twee gedichtjes tegen. De eerste schreef ik toen ik nog niet zo lang een computer op mijn kamer had (zonder internet). Ik zat altijd in Word. Nadat ik iets had geschreven kon ik het opmaken met allemaal mooie kleurtjes. Dit is het eerste gedichtje wat ik op de computer typte. Ik had het uitgeprint zodat mijn vader het kon lezen. Hij was heel trots. Ik kan mij niet meer herinneren of hij die verbetering heeft opgeschreven of dat ik dat later zelf nog heb gedaan. Inhoudelijk slaat het gedicht natuurlijk nergens op, maar ik was er zo ontzettend trots op dat ik het niet over mijn hart kon verkrijgen om het weg te gooien.



Het andere gedichtje was oorspronkelijk een liedje. Mijn overgroot oma was net overleden. Ik was op dat moment helemaal into songteksten schrijven, aangezien ik er heilig van overtuigd was dat ik later naar het conservatorium ging.
Niet lang nadat ik dit had geschreven had mijn vader het in mijn kast gevonden en het aan mijn oma laten zien. Ze was ontroerd en wilde graag dat ik het voorlas op de begrafenis. Ze vertelde me dat ze het misschien wel in wilde sturen voor een gedichtenbundel. Ik dacht ‘ik kan dit!’. Iemand gaf mij een podium. Dat was altijd goed.
Daar stond ik dan. Zenuwachtig als de pleuris met een ruimte vol mensen. Ik begon met lezen en het ging nog best goed. Tot ik bij de laatste zin kwam. Ik had de laatste zin veranderd in ‘Nu is ze er niet meer’, wat uiteindelijk resulteerde in een verschrikkelijke tranenbui.
Na de begrafenis kwamen de genodigden de familie condoleren. Tot mijn grote ergernis had niet iedereen mij onthouden en zagen zij mijn zus aan als het meisje dat ‘het gedichtje voor oma had geschreven’. Mijn verdriet had plaatsgemaakt voor mijn ego. HALLO! DAT WAS IK HOOR! Very classy Graziella. Jij weet hoe je je moet gedragen op zo’n moment.




Ik ben blij met mijn vondst, en heb er geen spijt van dat ik de rest heb weggegooid. Het was leuk om te lezen, en het heeft mij helpen herinneren aan mijn droom. Dat had ik nodig.
Op dit moment ben ik al een nieuwe collectie aan het ontwikkelen. Volgens mij ga ik de goede kant op.. 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen